Posts tagged ‘vaststellen drachtigheid’

De drachtige hond

De drachtige hond

Wanneer de teef drachtig blijkt te zijn, dan is het niet nodig om de teef de eerste 6 weken extra te voeren.
Het kan zelfs voorkomen dat de teef rond de 30e dag van de dracht enige dagen weinig eet.
Drachtige teven kunnen al snel andere gewoonten aan nemen.
Ze kunnen meer of onregelmatiger eten, aanhankelijker worden, meer hun buik beschermen, …
Zowel overdag als ’s nachts kunnen ze druk in de weer zijn met het verplaatsen van bijvoorbeeld kussens en ander materiaal.

Vaststellen drachtigheid

Om er zeker van te kunnen zijn dat je teef ook echt drachtig is heb je de hulp van een dierenarts nodig.
Er bestaat namelijk geen urine of bloedproef voor honden op dit gebied want de hormoonspiegels van drachtige en niet drachtige honden zijn vrijwel identiek.
Het beste is de drachtigheid vast te stellen tussen de 28e en 32e dag na de dekking.
Dit kan door de een buikpalpatie ( het laten bevoelen van de buik door een dierenarts). Hierna is het niet eerder weer mogelijk dan op de 45e dag, hetzij door buikpalpatie , hetzij met behulp van een röntgenfoto.
Met een echoscopie is een drachtigheid op 3 weken voor het eerst te zien.
Het beste tijdstip daarvoor is 28 dagen na de dekking.
Het kan ook eerder maar dan vindt nog embryonale sterfte plaats waardoor de teef alsnog leeg kan zijn aan het einde van de dracht.
Het juiste aantal embryo’s is niet precies vast te stellen maar er kan echter wel gesproken worden van een groot of een klein nest.

De dracht

De dracht duurt ongeveer 63 dagen. Bij weinig pups kan het een paar dagen langer duren en veel pups kunnen een paar dagen eerder worden geboren.
Als er echter op de 67e dag nog niks is geboren moet je even langs de dierenarts want dan worden de pups gehaald.
De eerste 4 weken na de dekking zul je weinig merken aan je teef.
Na een week of 5 à 6 is het verstandig de teef vast te laten wennen aan de werpkist. Deze moet worden geplaatst op een rustige, tochtvrije plaats.
De teef moet zich makkelijk kunnen bewegen in de werpkist, zelfs als er een groot nest wordt geboren.
Er dienen ‘doodligranden of – buizen’ in te zitten waar de pups onder kan als die achter de moeder terecht komt. De moeder ligt vaak tegen de rand aan en dan wordt de pup doodgedrukt.
Er moet ook een goed toegankelijke ingang te zijn voor de moeder die niet te hoog is zodat ze haar tepels bezeerd en niet te laag zodat de pups eruit kunnen klimmen.
Vanaf 6 weken dracht moet de teef worden bijgevoerd en dit ongeveer tot anderhalf keer de normale hoeveelheid.
Het beste en veiligste is een compleet voer zodat de calcium / fosfaat verhouding niet verstoord wordt en er niet een teveel aan vitamines A en D gegeven wordt wat bij de pups voor problemen kan zorgen.
Vanaf deze periode is het ook verstandig om de teef het wat rustiger aan te laten doen.
De teef moet ook goed ontwormd zijn omdat de pups in de baarmoeder al besmet worden door de aanwezige larven van spoelwormen. Ook via de melk kunnen pups besmet worden.